Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Grondslagen voor waardering balansposten

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.

De afschrijving is lineair en gebaseerd op de verwachte gebruiksduur. De restwaarde van de materiële vaste activa wordt gesteld op nihil. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord. De afschrijving start na ingebruikname.

De materiële vaste activa worden als volgt afgeschreven:

  • De gebouwen en verbouwingen op in eigendom zijnde panden worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur van veertig jaar (indien woonbestemming in dertig jaar). Overige
     verbouwingen worden afgeschreven in tien jaar.

  • De overige materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische
     levensduur van drie tot tien jaar.

Financiële activa

Obligaties, aandelen en participaties in beleggingsfondsen worden gewaardeerd tegen de reële waarde (beurswaarde) per 31 december. Baten en lasten voortvloeiend uit veranderingen in de reële waarde van die financiële activa die na eerste verwerking tegen reële waarde worden gewaardeerd, worden in het nettoresultaat over de periode opgenomen. Eventuele aankopen en verkopen van financiële activa zijn verantwoord op de transactiedatum. De stichting staat in beperkte mate bloot aan rente-, kasstroom, liquiditeits- en kredietrisico. Alle effecten staan vrij ter beschikking in de groep.

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie. Vervolgverwerking vindt plaats tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk is aan de nominale waarde. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventueel hierop in mindering te brengen voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

OCW

Onder deze post is het verschil opgenomen tussen het deel van de toegekende rijksbijdragen over het schooljaar 2021-2022 dat betrekking heeft op 2021 en de in 2021 ontvangen bedragen.

Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd voor verplichtingen waarvan het waarschijnlijk is dat zij zullen moeten worden afgewikkeld en waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders toegelicht.

Onderhoudsvoorziening

Voor toekomstige uitgaven inzake groot onderhoud van de schoolgebouwen, die voor rekening van de school komen, wordt een onderhoudsvoorziening gevormd ter egalisatie van de meerjarige onderhoudskosten. Op basis van een meerjarenonderhoudsplan wordt jaarlijks een bedrag aan deze voorziening gedoteerd. Uitgaven ten behoeve van groot onderhoud worden direct ten laste van deze voorziening gebracht.

Jubileumvoorziening

In de jaarrekening is een voorziening gevormd voor jubileumgratificaties. Deze voorziening is bestemd om toekomstige uitkeringen in verband met jubilea van 25 en 40 dienstjaren te kunnen bekostigen. De voorziening is gebaseerd op ervaringscijfers en schattingen.

Pensioenen

De Stichting Koninklijke Auris Groep heeft voor haar werknemers toegezegd-pensioenregelingen. De werknemers die hiervoor in aanmerking komen, hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen ABP en PFZW. De Stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP of PFZW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Derhalve zijn de pensioenregelingen verwerkt als toegezegde-bijdrageregelingen en zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. De beleidsdekkingsgraad van ABP bedraagt per 31 december 2021 102,8% (2020: 87.6%). Voor PFZW bedroeg deze beleidsdekkingsgraad 99,7% (2020: 88,3%). Deze beleidsdekkingsgraad van de pensioenregelingen heeft voor 2022 geen gevolgen voor de hoogte van de pensioenpremie.

Schulden

Schulden worden bij eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde, vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs.